Algemeen

Niveau 1 en 2

De eerste niveaus leiden naar een beter inzicht in de eigen energiestromen en verbruiken.

Niveau 3

Daar waar eerste niveaus leiden naar een beter inzicht in de eigen energiestromen en verbruiken zet een bedrijf vanaf niveau 3 al deze informatie om in scope 1 en 2 emissies. Hier heeft het bedrijf direct invloed op, zodat een goede basis aanwezig is voor gekwantificeerde reductiedoelstellingen (3.B). Het bedrijf blijft bezig met verbeteren van de onderliggende gegevens zoals meting in plaats van schatting van energie verbruiken, en eventueel energie audits. Interne communicatie (C) over de emissie-inventaris maakt het voor medewerkers mogelijk, ideeën voor verbetering aan te leveren. Transparantie naar buiten toe kan signalen opleveren dat het bedrijf goed presteert op CO₂, of juist nog een slag moet maken.

Niveau 4

Vanaf niveau 4 worden ook de scope 3 emissies betrokken. Het is niet de bedoeling alle scope 3 emissies in kaart te brengen, aangezien dit een disproportionele inspanning zou vergen. Als startpunt is hier gekozen voor het analyseren van CO₂-genererende activiteiten, op basis van de waardeketen, die relevant zijn voor het bedrijf en zijn projecten en waarover betrouwbare informatie beschikbaar is of gemaakt kan worden.

Het zoeken middels analyses en het bereiken van de gestelde CO₂-reductiedoelstellingen is een continu proces over de jaren heen, mogelijk in de vorm van aaneengeschakelde (jaar)projecten. Het bedrijf blijft elk jaar zijn prestaties op peil houden en boekt vooruitgang op de eisen. Dat heeft ook belangrijke meerwaarde voor de sectorgenoten en andere belanghebbenden, die uiteraard willen weten welke bedrijven gelijke tred houden met de sector en welke voorop lopen. Daartoe houdt het bedrijf zijn prestaties zichtbaar (tenminste) via het internet.

Niveau 5

Vanaf niveau 5 worden de belangrijkste leveranciers (de A-aanbieders) betrokken bij het creëren van het inzicht in de keten. Wat bedrijven hiermee doen laat ook CO₂-Prestatieladder versie 2.1 vrij. Daardoor kan het bedrijfsleven zelf blijven verkennen en laten zien wat een volgende passende stap zou kunnen zijn als het gaat om het betrekken van partners in de keten bij CO₂-reductie.